Deze jongeman en
jongedame zijn mijn kleinkinderen die in Engeland wonen. Ze zijn beiden 13, ooit couveusekinderen. Tessa woog 3 pond en het staat nog op mijn netvlies dat zij en haar broer Sam verbonden waren aan allerlei toeters en bellen. Sam woog 4 pond en kon de eerste dagen van zijn leven niet zelfstandig ademhalen. Nu zijn ze beiden een paar koppen groter dan ik [ik geef toe dat daar niet veel voor nodig is].
Nu hebben ze hun nieuwe uniform aan, want ze gaan naar een typisch Engelse half kostschool. Een school, waar alles aan hun verdere opvoeding wordt gedaan. Met schitterende sportvelden, prachtige zalen voor muziek en theater. Een pottenbakkerij en schildersezels zijn er voor de culturele opvoeding en de vriendschappen die zij zullen maken zullen vaak voor de rest van hun leven zijn.
Ze komen nu elk weekend thuis, maar mijn dochter Laura is verdrietig, triest dat aan hun kindertijd een eind is gekomen. De kinderen zullen haar ook vreselijk missen. Het ouderlijk huis was een huis waar altijd vriendjes kwamen spelen, eten en overnachten. Het lijkt of daar een streep wordt onder gezet. Maar, mijn dochter kennende, zal dat zeker niet waar zijn. Maar ik leef met haar mee, ik weet hoe dat is. Wat heb ikzelf vreselijk gejankt toen zij het huis uitging, studeren en wel in Amsterdam notabene.
Nu weet ik dat je altijd bezorgde moeder blijft, alhoewel nu vaak de rollen zijn omgedraaid. Zij belt me elke dag om te vragen hoe het met me gaat en wat ik allemaal aan het doen ben. Goed contact gaat niet over.
Woensdag, 7 september 2011 op 23:02 (Beantwoorden)