Gelukkig zijn wij heel goed bevriend geraakt met de kopers van ons oude huis, een kilometer van het heerlijke huis waar wij nu wonen. De bewoners zijn nog steeds even verliefd op het huis waarop zij 4 jaar geleden vielen. Ze wisten dat wij met moeite ook weggingen, maar een steile trap [na een val uit een citroenboom in Napels], maakte het mij moeilijk zonder pijn om dagelijks honderd keer de trap op te rennen, zoals ik altijd deed.
Het was het huis waar wij ons settleden , waar kleinkinderen hun eerste pasjes deden, waar vele honden woonden en doodgingen, waar Finn als puppy kwam, waar Finn Mascha moeder van Cezanne maakte [bij de margrieten], waar lief en leed met vrienden werd gedeeld en waar wij vreselijk veel plezier hebben beleefd. Zoals wij ooit verliefd werden op dat huis, zo vielen wij als een blok voor het huis waar wij nu wonen. Er moest alles aan gebeuren om het leefbaar te maken en de tuin die een oerwoud was en waar 30 bomen gekapt moesten worden om alle donkerten in het huis weg te jagen, maar van het begin af aan voelden de honden zich ook thuis. De hele grote tuin, waar toch veel donkere hoekjes bleven bestaan, werd de grote speeltuin voor de honden. Ook hier werden nieuwe puppies gemaakt door Cezanne en ook Matisse werd op mijn verjaardag in januari [Janvier Matisse] gemaakt.
Met de bewoners van ons oude huis bleven wij dus goed contact houden en elke keer als zij post kwamen brengen werd de avond lang, waar diverse glazen wijn werden geproefd en hapjes uit de hoge hoed getoverd. Zij kwamen meer hier dan wij naar het oude huis gingen, ik ben nogal sentimenteel.
Vandaag belde Jan v.d.T. op of wij geen zin hadden in een flesje wijn. Natuurlijk was het leuk, na zoveel dagen regen zeker. De honden hadden wij meegenomen, ze blijven het oude huis ook leuk vinden. Wonderlijk dat vooral Finn zijn oude plekjes herkende, [in de bijkeuken zoeken naar een bak water]. Ze waren verbaasd dat het hek waar zij achterom naar buiten konden er niet meer was. Op de plek waar hun mand stond keek Finn verbaasd, eerst naar mij en toen weer naar de mandloze plek.
Toen wij naar huis gingen, bleef Finn stokstijf staan, in de kamer. Alsof hij niet meewilde. Hij wist niet wat hij moest doen en pas toen wij de auto instapte begreep hij dat hij daar niet meer hoorde. Ach die Finn toch. Thuisgekomen was alles gelukkig weer vertrouwd.