Dit weekend heeft in het teken gestaan van de zieke kat Alpo. Zijn penicilline raakte op, maar wij zagen nog geen tekenen van echte verbetering. Het abces wat hij had door vermoedelijk een rattenbeet was niet geslonken. De weekend-arts die zo vriendelijk was om een andere medicatie te geven met een verhoogde dosis anti-biotica, vertelde dat het moeilijk was om een in dit geval, wilde kat te behandelen voor een abces wat eigenlijk behandeld moest worden. Daarna raadpleegden wij Suzanne, de kleindochter van Piet die zelf dierenarts is. Suzanne kwam met hetzelfde verhaal, maar eindigde dat we eerst de penicilline het werk moesten laten doen.
Gisteren, na een telefoontje van Nolly die mij vertelde dat het slecht was met Alpo, gingen de alarmbellen rinkelen. Met de kleinkinderen had ik afgesproken om naar de pizzeria te gaan. Ik had een tafel besteld om 6 uur, redelijk vroeg, maar het maakte het voor mij ook mogelijk om daarna naar Alpo te gaan.
Ik trof Alpo aan, zoals Nolly hem had beschreven: ziek, hij wilde niet binnenkomen, hij lag in het gras en verroerde zich niet. Ook niet toen ik hem riep, hij was te slap om zich te bewegen en zijn ogen waren waterig en slap. Alpo was doodziek! Het laatste beetje anti-biotica voor die dag kreeg ik gelukkig wel naar binnen door hem eten te geven op mijn hand. Het leek of hij het van heel vroeger herkende toen hij mij [voor die tijd niet echt een liefhebber van katten] had uitgekozen om hem te verzorgen na een enorm ongeluk, waardoor zijn poot was geopereerd. Om zo'n toen nog wilde kat medicijnen toe te dienen was het eten geven op mijn hand, de eerste lijfelijke kennismaking met hem.
Vandaag zouden Nolly en ik naar de dierenarts gaan als de toestand zich niet had verbeterd, met allerlei scenario's in gedachten hoe wij hem daar moesten krijgen. Slaaptablet?, dierenarts laten komen voor een kalmeringsmiddel en hem dan pas kunnen meenemen? Hoe te vervoeren: in een sporttas? of vlug nog naar de dierenspeciaalzaak? Kortom, Nolly blijkt geen oog dicht te hebben gedaan en ik een half oog.
Vandaag, voordat eventuele beslissingen zouden worden genomen eerst kijken hoe het met hem was. Al vroeg kwam ik op tiendekind en hij was nergens te bekennen. Toen ik mijn tas binnendeed , kwam hij aanlopen. Achter mij aan naar de keuken waar hij altijd zijn eten krijgt. Ik wist niet wat ik zag. Hij miauwde om eten. Ik was stomverbaasd, maar heel erg blij. Het eten vrat hij op alsof hij in geen weken eten had gekregen, hij knorde, schuurde zich tegen mij aan, gaf mij kopstootjes, rekte zich uit, likte mijn neus en liet mij heel duidelijk weten dat het goed met hem ging en dat hij niet naar de dierenarts hoefde.