Gisteren was ik in het Verzorgingshuis Den Koogh, in het kader van de jaarlijkse vrijwilligersdag. De bedoeling was dat , zoals verleden jaar, spelletjes werden gedaan met de meestal oudere bejaarden die voor kortere , maar meestal langere tijd in het verpleeghuis zaten. De spelletjesdag verleden jaar was gezellig en dit jaar had ik mij er best wel op verheugd.
Echter... het was schitterend weer en het was zonde om binnen te zitten en zeker voor de mensen die al maanden niet buiten waren geweest. Ik wilde de mensen halen die een paar etages hoger zaten en die gereed voor deze activiteit aan een tafeltje zaten. Ze waren niet over-enthousiast. Sommigen hadden een gerechtvaardigd excuus om niet te gaan. maar Mevrouw T bekende dat ze geen zin had in spelletjes doen [ik kan het mij voorstellen Mevrouw T]. " Heeft U geen zin om met mij mee naar buiten te gaan?", stelde ik haar half-fluisterend voor. Ze keek mij verbaasd aan; " Maar dat kan toch niet, we moeten toch spelletjes doen" zei ze, in afwachting van mijn verlossend antwoord. " Niet met mij" zei ik samenzweerderig, " waar is Uw jas en Uw muts" en ik deed de rolstoel van de rem en ging er met haar vandoor.
Rebels verlieten wij het verpleeghuis [ik had de hoofdzuster wel gezegd wat we gingen doen] en Mevrouw T was opgewonden over deze ontvoering. " Kom op , we gaan dingen doen die we niet mogen doen!!" zei ik en ik zag haar ogen stralen. Ze moet een stouterd geweest zijn vroeger.
Na een uur tweemaal het rondje gelopen te hebben om het verpleeghuis, belandden wij in een parkje achter het huis. Ik ging met haar in het zonnetje zitten en ze begon te vertellen over vroeger, haar man, haar kinderen, haar leven en de uitzichtloosheid van haar verblijf in het verpleeghuis. Ze vertelde dat ze geen huis meer had, de huur was opgezegd en de meubels verkocht . Ze kon ook nooit meer naar huis, omdat ze altijd viel. Ze probeerde wel altijd opgewekt te zijn, maar dat deed haar veel pijn, omdat ze het eigenlijk niet was. Ze had haar zoon verloren, sterker nog de zoon verloor zichzelf en beeindigde zijn leven.
Toen we weer terug moesten omdat het warm eten werd geserveerd, bleef ze herhalen hoe fantastisch en heerlijk ze de wandeling vond. Ze had kleur gekregen op haar wangen en toen wij binnen kwamen vertelde ze haar medebewoners dat we BUITEN waren geweest.
Toen ik haar vroeg hoe oud ze was en ik terugrekende, bleek ze maar 6 jaar ouder te zijn dan ik. Allemachtig, het heeft haar niet meegezeten.