Vanmiddag zag ik, na jaren een oud-medewerkster van tiendekind terug. Marianne, geestig en altijd in voor een grap. We waren bl ij elkaar weer te zien, ondanks dat ons weerzien van korte duur was. Eenmaal thuis flitsten allerlei beelden van toen door mijn hoofd, meestal van absurde aard.
Zoals toen toen ik boven mijn hoofd reikte om iets te pakken en een loodzware pot op mijn hoofd viel. Een behoorlijke hoeveelheid bloed droop in mijn nek en Marianne adviseerde om Piet te vragen of de wond gehecht moest worden. Om de wond af te dekken deed Marianne een rood-wit geblokte theedoek om mijn hoofd.
Piet zag niets ernstigs en op het moment dat ik [met doek] weer op tiendekind kwam, kwamen er enkele bezoekers aan, waarvan ik de nationaliteit ben vergeten. Ik moest de mensen rondleiden, want Marianne lag slap van de lach in een hoek, omdat de mensen mij met grote vraagtekens in de ogen aankeken, gevolgd na een tijdje door grote uitroeptekens. Het zal me ook een aanblik geweest zijn om rondgeleid te worden door een mens met een theedoek op haar kop, roodgekleurd door het bloed.