In de twee-en-een-halve maand dat wij Matisse hebben, hebben Piet en ik vaak verzucht en gejubeld dat wij "nog nooit zo'n hond hebben gehad". Bij Matisse voltrekt alles zich in het extreme en vanaf het begin heeft hij mij zeer duidelijk gemaakt wat hij wil en niet wil. Liberaal voorstander als ik ben, vind ik het een realistische kijk op het leven van mijn hond. Hij weet ook dat er veel dingen zijn die ik wil en ook niet wil. Kortom ook in deze situatie is het ook een zaak van geven en nemen.
Wij hebben een druk bezet leven, waar de honden niet altijd deelgenoot van kunnen zijn. Matisse heeft ondertussen wel geleerd dat hij meegenomen kan worden naar sommige restaurants. Hij wordt onder de tafel geschoven en doet zich vervolgens tegoed aan de veters van de vrienden die wij vergezellen of aan onze veters. Dit allemaal op een stille en onmerkbare wijze.
De jongen heeft zich in deze maanden laten kennen als een liefhebber van schoenen en kledingstukken, vooral de mijne. Ik weet het, ik weet het, ik moet alles opruimen zodat hij er niet bij kan. Matisse kan overal bij als hij het wil, hij kan bepaalde kasten openmaken met zijn neus. Dit doet hij dus alleen maar als wij er niet zijn. In de tuin heeft hij zijn verzamelplaats van zijn buit: een vies afgekloven stukje bot, houtjes, een deel van een droogloopmat, een speelgoed eendje [gekregen van de familie waar hij is geboren] enz. enz. Ik heb hem een paar dagen geleden behoorlijk op zijn donder gegeven toen hij mijn schoenen en een beeldig kanten blousje naar de tuin had getransporteerd. Hij was er diep van onder de indruk en hij houdt er niet van als hij op zijn donder krijgt [al gebeurt dat zeer liefdevol : "ben je helemaal gek geworden? In de mand!!!"]
Gisteren moesten wij [zonder honden]naar een reunie van Piets HBS-kamp van weleer. Deze jaarlijkse reunie wordt de laatste paar jaren gehouden in tiendekind. Oergezellig, uniek en dierbaar. Matisse heb ik halverwege de dag even opgehaald en na een paar uurtjes weer naar huis gebracht, wat hij niet erg leuk vond. De tuindeuren had ik opengelaten, omdat er werkzaamheden moesten worden uitgevoerd aan de computer en er dus iemand in huis was.
Toen wij terugkwamen waren de honden dolblij. Altijd leuk te zien . Ik wierp een vlugge blik in de tuin en dacht te zien dat er niets gesjouwd was door Matisse. Ik merkte wel aan hem dat hij wel iets had uitgevreten, maar ik wist toen niet wat. Nadat ik de auto had uitgehaald en weer binnenkwam, wachtte mij een verrassing. Ik zag in de woonkamer bij de deur 2 schoenen [waarvan het bandje was afgekloven] en mijn jas die hij van de kapstok had getrokken. Hij had als de donder schoenen [een voor een] en jas uit de tuin gehaald en in de woonkamer gedeponeerd.
Ik kon mij gelukkig wel bedwingen hem niet te prijzen voor zoveel intelligentie.