Verleden week had ik een leuk gesprek namens Alpo met een journaliste van de Helderse Courant. Over een paar weken zal er een artikeltje verschijnen over deze Julianadorpse held. Onze overbuurvrouw van tiendekind en een van de moeders van Alpo kreeg ik het volgende gedichtje wat zij op internet had gelezen. Vandaag vond ik een gedicht onder zijn etensbakje. Het luidt als volgt:
Motortje
Alsof Alpo een motor heeft
bij hem daar binnenin
je hoort dat beest steeds ronken
bij al zijn kattegespin
Je hoort het steeds zacht brommen
in dat kattenlijf
ik vind dat vaak zo grappig
zodat ik luisteren blijf.
En als het dan soms stopt
dan aai ik hem een keer
dan hoor je het meteen
dan stort die motor weer.
Inderdaad Alpo zwaait niet met zijn staart als hij je ziet, maar hij spint als een Formule-1 auto. Hij heeft alleen maar oog voor zijn eten, neemt als een hongerige wolf de lekkere hapjes tot zich, op een paar hapjes na. Dan springt hij op de tafel en wil geaaid, gestreeld, geknuffeld en geliefkoosd worden. En dan eet hij de rest op, gek beest.