De meeste woonwijken in Julianadorp zijn doorkruist en omringd door groene wandelpaden voor mens en dier, er geldt ook een losloopvrijheid voor honden. Het is een luxe, waar mijn honden ook erg aan zijn gewend en dus geen lijn om hebben. Het losloopgebied loopt tot aan de duinen en op weg er naar toe zijn verschillende aftakkingen. Een van de aftakkingen is het Noordhollandpad, een pad wat langs de duinen loopt en in het voorjaar aan weerskanten is omringd door bollenvelden. Het is een prachtig pad, wat ik dit jaar veel heb gelopen met Finn, Cezanne en Matisse. Toen Finn er geen ziin meer in had omdat de afstand toch te veel voor hem is, ben ik een ander pad gaan lopen aan de overkant van het Noordhollandpad. Het is ook een fijn pad, wat loopt langs een klein bosje. Een in de zomer drukke weg naar het strand scheidt de twee wandelwegen.
Vanmorgen zag Matisse 5 honden uit een auto springen om het "bospad" te nemen. Ik wist dat de honden allen teefjes zijn, dus ik liet hem gaan en ging van het standpunt uit dat hij wel wist hoe ik zou lopen. Ik wachtte op hem, maar Matisse verscheen niet. Ongerust liep ik terug en kwam een Duitse mevrouw tegen die vertelde dat Matisse de andere kant was opgegaan. Wat een domoor, hij zou toch moeten weten dat de afgelopen maanden wij een andere route nemen. Ik rende naar de weg, die doorgaans om deze tijd bereden wordt door veel toeristen. Mijn hart stond stil te weten dat hij de weg was overgestoken op zoek naar mij. In de verte zag ik een hondje met een grote witte staart heen en weer rennen . Zou hij me gehoord hebben toen ik uit volle borst " Matisse" schreeuwde?
Lieve Cezanne snapte de situatie en bleef vlak naast mij lopen, Finn realiseerde zich niet wat er aan de hand was en was bezig met allerlei luchtjes te ontdekken. Op het moment dat ik weg was genaderd stond Matisse aan de andere kant en wist niet wat hij moest doen. " Staaaa! gilde ik, terwijl er twee auto's van verschillende kanten kwamen aanrijden.
En wat ben ik blij dat hij maar twee commando's kent: "Sta en Blijf". Als een plank bleef hij staan en bewoog zich niet. Nu thuisgekomen is hij nog steeds beduusd en hij lijkt te weten dat er iets is gebeurd wat niet goed was. Ik weet dat het ook niet goed is om hem met allerlei liefdesbetuigingen te overstelpen, maar wat ben ik blij.