Enkele weken geleden was ik vroeg aan het wandelen met de honden. Het was koud en regenachtig. Aan de overkant van de weg achter ons huis, op het fietspad liep een man. De jas hoog opgetrokken was hij in zijn donkere kleding niet erg afwijkend van het sombere weer. Wij begonnen elkaar te naderen en weliswaar gescheiden door de weg die tussen de voet/fietspaden loopt, merkte ik dat hij mij strak aankeek.
In vroeger jaren was ik dit wel gewend, maar tegenwoordig weet ik mij minder raad in deze situaties. Ik begon mij een beetje ongemakkelijk te voelen onder zijn blikken en deed wat het beste is in zo'n situatie, niet terugkijken. Ik realiseerde mij, zonder dat ik hem aankeek dat er iets was waarom hij zo gefixeerd naar mij keek. [" Heb ik mijn pyama misschien nog aan"] [" Och jee misschien heb ik wel mijn dag"] ["Misschien heeft hij wel iets vreselijks in gedachten"].
Ik begon mij hoe langer hoe ongemakkelijker te voelen en wij bereikten het punt dat we elkaar zouden moeten kruisen. Zijn hoofd draaide zich om en hij stond stil.
Hij wees, naar de honden." Zijn dat Kooikerhondjes" vroeg hij. " Ja meneer dat zijn Kooikerhondjes" PPPPFFFF