Af en toe haal ik mijn oudste kleinkind van de trein op, hij zit op het gymnasium in Alkmaar. Een hoogbegaafd kind met een niet te stillen honger naar nieuws, wetenschap en hoe dingen in elkaar zitten.
Voor mij is het geen moeite om hem af te halen, ik verheug me elke keer weer op de ontmoeting met de jongen die mij doorgaans hartelijk omhelst als hij me ziet, maar nu met leeftijdgenoten die in dezelfde trein hebben gezeten is het toch wel anders. Hij gaat dan " cool" kijken en heft zijn rechterhand op bij wijze van groet als hij mijn blauwe auto ziet staan. Hij is een opmerkelijk mooie jongen, zoals al mijn kleinzoons en mensen kijken naar hem. Gisteren zag ik hem komen en toen hij instapte : "He Oma", en bij de rotonde waren die het verkeer naar alle windrichtingen leidt , verschrikt " O shit ik ben mijn sporttas in de trein vergeten" Ik zie een lichte paniek in zijn ogen.
Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Hij heeft een tennisracket vergeten toen hij competitie speelde in het midden van het land en zijn andere grootouders waren zo lief om met veel moeite het racket op te halen. Een hockeystick is hij vergeten in een kleedkamer van een sportclub en toen was zijn vader zo lief om met een grote omweg zoonkind te plezieren. Een schot voor open doel om deze zaken op te halen had totaal geen zin, dat doet zijn moeder maar. Ook dit zal wel tevergeefs zijn.
Ik vraag hem wat er in de tas zit en hij weet het uiteraard feilloos op te sommen. Ik haast mij, hard rijdend naar het andere station waar de trein ophoudt te rijden." Thijs ik ga eerst een parkeerkaartje kopen [net een boete gehad] en jij rent naar de kassa om te zeggen dat je tas in de trein zit." Ik heb nauwelijks het kaartje uit de gleuf gerukt of ik zie mijn kleinzoon, buiten adem en met de tas omhooggeheven. " Ik heb hem" jubelt hij. " Als je later maar niet je vrouw en kind vergeet in de trein" probeer ik te zeggen. Hij maakt er een grapje van. Ik zet hem thuis af en ik krijg een omhelzing. Wat een leuk mannetje
Het lijkt of er al weer een warhoofdige kamergeleerde mijn leven binnen treedt. Ik ken ze zo goed, de superintelligente mannen die alleen maar bezig zijn met de gedachten in hun hoofd.[ Achteraf bekeken vond ik het wel ideaal de mannen die geen tijd hadden voor mijn gedachtenspinsels en zieleroerselen. Het heeft mij in elk geval behoorlijk zelfstandig gemaakt.] 's Avonds belde zijn moeder mij op om over dit fenomeen te praten. " Ach Barbara, dit soort jongens zijn zo bezig met te denken en je hoopt maar dat ze later hele goede secretaresses of assistentes krijgen. Van het vrouwelijk geslacht natuurlijk!!!
Ik blijf op op dit soort mannetjes vallen.